Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zorgt voor een nieuwe manier van toezicht op de bouw. Voor bouwwerken met een laag risico (gevolgklasse 1) wordt de technische controle niet meer door de gemeente uitgevoerd, maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger.
Onder gevolgklasse 1 vallen onder andere grondgebonden woningen, aanbouwen en eenvoudige bedrijfspanden. Op Bouwwerken in gevolgklasse 1 leest u precies welke bouwwerken hieronder vallen.
Gaat u bouwen of verbouwen? Dan bent u zelf verantwoordelijk voor het inschakelen van een kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger:
- controleert of uw bouwplan en de uitvoering voldoen aan de bouwtechnische regels;
- brengt risico’s in kaart;
- stelt een borgingsplan op;
- controleert tijdens de bouw of de juiste maatregelen worden genomen;
- is altijd onafhankelijk.
Het is níet de bedoeling dat u iemand inhuurt die al een rol speelt bij de (ver)bouw(ing). Via het Register Kwaliteitsborger vindt u een overzicht van kwaliteitsborgers. U kiest een kwaliteitsborger vóór u aan de slag gaat.
Meer informatie en een video staan op Meer toezicht in de bouw via de Wkb.
Stappenplan voor gevolgklassen 1
Voor bouwwerken in gevolgklasse 1 moet u een aantal stappen volgen.
Stap 1: Nieuw initiatief onder Wkb
U heeft bouw- of verbouwplannen die onder de Wkb vallen.
Stap 2: Kwaliteitsborger inhuren
U huurt zelf een kwaliteitsborger in. U kunt zoeken in het Register Kwaliteitsborging. Daar vindt u een lijst met kwaliteitsborgers en instrumenten. Een instrument is een goedgekeurde werkwijze die de kwaliteitsborger gebruikt om de bouw te controleren. De kwaliteitsborger stelt een risicobeoordeling en borgingsplan op.
Stap 3: Omgevingsplanactiviteit aanvragen
Minimaal 8 weken voor de start van de bouwactiviteiten vraagt u een omgevingsplanactiviteit bij de gemeente aan. Dit doet u via het digitale Omgevingsloket.
Stap 4: Bouwmelding indienen
Minimaal 4 weken voor de start van de bouwactiviteiten dient u via het digitale Omgevingsloket een bouwmelding in. Hierbij geeft u aan:
- dat het gaat om een bouwwerk in gevolgklasse 1;
- wie de kwaliteitsborger is;
- welk instrument gebruikt wordt.
Ook moet u het borgingsplan en de risicobeoordeling die de kwaliteitsborger heeft opgesteld indienen.
Let op! Het kan zijn dat u een omgevingsvergunning nodig heeft voor een omgevingsplanactiviteit. Vraag deze ruim op tijd aan.
Stap 5: Start bouwwerkzaamheden
Minimaal 2 dagen voor de start van de bouwactiviteiten geeft u via het digitale Omgevingsloket de startdatum van de bouw door.
Stap 6: Controle door kwaliteitsborger
Tijdens de bouw controleert de kwaliteitsborger:
- de kwaliteit van het bouwwerk
- of aan de inhoud van het borgingsplan wordt voldaan
Stap 7: Controle door gemeente
De gemeente kan tijdens de bouw controles uitvoeren en waar nodig handhaven.
Stap 8: Gereedmelding
Minimaal 2 weken voor u het gebouw gaat gebruiken dient u via het digitale Omgevingsloket in:
- gereedmelding
- verklaring van de kwaliteitsborger
Stap 9: Gebouw gebruiken
Binnen 2 weken hoort u of de gereedmelding en verklaring van de kwaliteitsborger akkoord zijn door de gemeente. Bij akkoord mag u het bouwwerk in gebruik nemen.
Bijzondere lokale omstandigheden
Hieronder volgen bijzondere lokale omstandigheden waarmee de kwaliteitsborger rekening moet houden in het borgingsplan
Bouwen in, op, of nabij een dijklichaam
Binnen een dijklichaam mogen geen heipalen worden toegepast, mag niet in de bodem worden geboord, of een kelder worden aangebracht. Voor bouwen in, op of nabij een dijklichaam moet altijd een ontheffing bij het Waterschap Rijn en IJssel worden aangevraagd.
Bouwen in de buurt van oppervlaktewater
Als er wordt gebouwd in de buurt van oppervlaktewater dat in het beheer is van het waterschap, moet er ook een melding gedaan worden bij het waterschap. Bekijk de informatie over het doen van een melding of aanvragen van een vergunning op Waterschap Rijn en IJssel.
Bronbemaling
Als het nodig is om bronnering toe te passen voor het bouwen, moet dit gemeld worden bij het waterschap. In sommige gevallen moet hier ook een vergunning voor worden aangevraagd. Informatie over het doen van een melding of aanvragen van een vergunning kunt u vinden op de website van het Waterschap Rijn en IJssel. Het lozen van bronneringswater mag alleen op oppervlaktewater en niet op de riolering. Als lozen op de riolering ter plaatse de enige optie is, dan moet daarvoor melding worden gedaan bij de gemeente.
Resten funderingen
Er moet rekening worden gehouden met resten van funderingen of andere materialen in de bodem die mogelijk van invloed zijn op de funderingswijze.
Fundering belendingen
Er moet rekening worden gehouden met specifieke funderingsconstructies van belendingen die van invloed kunnen zijn op de fundering van een te bouwen bouwwerk.
Bouwen nabij milieubelastende gebouwen/objecten
Als er gebouwd wordt nabij milieubelastende gebouwen/objecten kan dit gevolgen hebben voor de bouwtechnische en/of installatietechnische voorzieningen.
Geluid, gevel geluidwerendheid
De geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten mag bij (vervangende) nieuwbouw niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
Algemene risico's
Hieronder volgens nog enkele algemene risico’s die van invloed kunnen zijn op uw bouwplan.
Draagkracht bodem
Via sonderingsonderzoek moet de draagkracht van de bodem worden onderzocht. Uit dit onderzoek kan blijken dat:
- er dieper gegraven moet worden (dieper aanlegniveau fundering). Hierbij moet rekening worden gehouden met het grondwaterbeschermingsgebied en de regels die daarvoor gelden (zie hiervoor);
- graafwerkzaamheden binnen een archeologisch waardevol gebied vallen. In het omgevingsplan zijn daar regels voor opgenomen. Als er archeologische waarden worden aangetroffen, kan het zijn dat het bouwwerk op een andere manier moet worden gefundeerd. Dit moet meegenomen worden in de lokale risicoafweging.
Bodem
Bij grondtransacties en werkzaamheden in en/of op de bodem gelden er diverse aandachtspunten, te weten:
- bodemverontreiniging
- draagkracht bodem
- archeologie (staat nu onder draagkracht zie ik)
- ontplofbare oorlogsresten
- kabels en Leidingen
- bodemenergie
Uit voorafgaand onderzoek moet blijken of met betrekking tot genoemde aandachtspunten aanvullende maatregelen nodig zijn om bijvoorbeeld grond- en/of bouwwerkzaamheden uit te kunnen voeren. Meer informatie hierover leest u op Bodem.
Toepassen van een bodemenergiesysteem
Bodemenergiesystemen die op korte afstand van elkaar worden geplaatst kunnen invloed hebben op de temperatuur van de ondergrond bij de 'buursystemen'. Hierdoor kunnen bodemenergiesystemen die op korte afstand van elkaar (+/-150 m) worden geplaatst, elkaar positief of negatief beïnvloeden. Bekijk de kaart WKO bodemenergietool.
Bouwen nabij een monument of bouwvallig gebouw
Bij bouwwerkzaamheden nabij een monument, een bouwvallig gebouw, of een gebouw dat slecht gefundeerd is, moeten vooraf extra maatregelen worden genomen die het risico op het ontstaan van schade door trillingen verkleinen.
Bouwen in grondwaterbeschermingsgebieden of intrekgebieden
In grondwaterbeschermingsgebieden of intrekgebieden mag niet worden geboord of geheid. Ook mogen er geen zinken daken of bodemwarmtepompen (open of gesloten systeem) worden toegepast in verband met uitloging of aantasting van de kwaliteit van het grondwater. Binnen deze zones mogen alleen activiteiten die noodzakelijk zijn voor de waterwinning of grondwaterbeheer plaatsvinden.
Bouwen in de nabijheid van gasleidingen
Bij bouwwerkzaamheden in de nabijheid van een gasleiding moeten mogelijk extra (bouwkundige) maatregelen worden getroffen. In het omgevingsplan zijn daarvoor regels opgenomen, zie aanduiding: ‘Leiding – Gas’. In beginsel mogen daar geen gevoelige objecten worden gerealiseerd. Er kan onder voorwaarden worden afgeweken met een omgevingsvergunning, daarvoor moet advies worden ingewonnen bij de leidingbeheerder (Gasunie).
Bouwen in de nabijheid van hoogspanningsmasten
Bij bouwwerkzaamheden in de nabijheid van een hoogspanningsmast moeten mogelijk extra (bouwkundige) maatregelen worden getroffen. In het omgevingsplan zijn daarover regels opgenomen, zie aanduiding ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’. In beginsel mogen daar geen gevoelige objecten worden gerealiseerd. Er kan onder voorwaarden worden afgeweken met een omgevingsvergunning. Hiervoor moet advies worden ingewonnen bij de leidingbeheerder.
Bouwen in de nabijheid van molens
Bij bouwwerkzaamheden in de nabijheid van molens moeten mogelijk extra bouwkundige maatregelen worden getroffen. In het omgevingsplan zijn daarover regels opgenomen, zie aanduiding: 'Vrijwaringszone - molenbiotoop'. In beginsel moet openheid met het oog op een vrije windvang van de molen worden gehandhaafd. Er kan onder voorwaarden worden afgeweken met een omgevingsvergunning. In sommige gevallen moet hiervoor advies worden gevraagd bij de beheerder van de molen.
Nieuwbouw nabij spoorzones
Bij bouwen in de buurt van spoorzones moet rekeningen worden gehouden met trillingen van het spoor als gevolg van treinverkeer.
Verplicht infiltreren van regenwater
Gelet op de doelmatigheid en wat de gemeente van particulieren en bedrijven mag verwachten gaat de gemeente ervan uit dat bij nieuwbouw en bij sloop- en herbouw zelf regenwater wordt opgevangen en wordt geïnfiltreerd in de bodem. Dit is een verplichting. Bij een perceeloppervlak kleiner dan 500 m2 moet er een minimale berging in de infiltratievoorziening aanwezig zijn van 20 mm, gerekend over het aangesloten verharde oppervlak. Bij een perceeloppervlak vanaf 500 m2 is de te realiseren berging in de infiltratievoorziening afhankelijk van de K-waarde (doorlatendheid) van de grond. Bij een K-waarde groter dan 1 moet er ook minimaal 20 mm berging aanwezig zijn, gerekend over het aangesloten verharde oppervlak. Bij een K-waarde van 0,75 is deze berging 25 mm en bij een K-waarde van 0,5 is deze berging 40 mm. De waterberging moet volledig leeg kunnen lopen door infiltratie in de bodem. Het kan voorkomen dat bij hevige regenval het regenwater niet geborgen kan worden door de infiltratievoorziening binnen de eigen perceelsgrenzen. In dat geval mag overtollig water met behulp van een overstortvoorziening (voorzien van een bladvang of ontlastput) bovengronds worden afgevoerd naar het openbare gebied.
Slopen, asbest verwijderen, of puin breken op locatie
Als er naast bouwwerkzaamheden ook sloopwerkzaamheden, asbestverwijdering op puin breken plaatsvindt, moet vooraf contact worden opgenomen met de Omgevingsdienst regio Achterhoek (ODA).
Bouw- en sloopveiligheid
Er moet rekening gehouden worden met de Landelijke Richtlijn Bouw- en sloopveiligheid. Deze richtlijn ziet op de bouw- en sloopveiligheid in relatie tot de omgeving van het project. Dit betreft dus de veiligheid buiten het bouwhek voor personen en belendingen. Veiligheid tijdens het bouwen gericht op de bouwvakkers en andere zich binnen het bouwterrein begevende personen, is geregeld in de Arbowet.
Alle informatie vanuit de rijksoverheid over bouw- en sloopveiligheid vindt u op Veiligheid: regels bij bouwwerkzaamheden.
Ook moet u rekening houden met de geldende informatieplicht.