Het is geen toeval dat ik in het nieuwe college van B en W de portefeuille diversiteit heb gekregen. Ik ben al 21 jaar samen met mijn vriend, daar hebben we nooit een geheim van gemaakt. Toen de verdeling werd besproken keken de collega’s mij aan, ik heb het ook wel een beetje naar me toe getrokken. Het is waardevol om met dit onderwerp aan de slag te gaan.

Ik vind inclusie eigenlijk een betere term dan diversiteit. Als gemeente Doetinchem staan we op het standpunt dat iedereen er mag zijn. Ongeacht ras, huidskleur, afkomst of seksuele geaardheid. Met elkaar vormen we de plaatselijke samenleving, met alle verschillen die er zijn. Dat maakt Doetinchem juist zo’n mooie stad.

Het doel is duidelijk: uiteindelijk worden we een Regenbooggemeente, wat mij betreft binnen twee, hooguit drie jaar. Ik vind wel dat we de weg van de geleidelijkheid moeten bewandelen. Dat past bij de stad en dat past ook bij mij. Zo sta ik in het leven, zo bedrijf ik politiek. Ik vind het belangrijk dat we iedereen mee krijgen in het bereiken van ons doel.  Het resultaat is belangrijk, niet zozeer het tempo.

Zelf ben ik op mijn 24e uit de kast gekomen, ik studeerde in Nijmegen. Ik had daarvoor relaties gehad met meisjes. Uiteindelijk heb ik het mijn ouders verteld. Die schrokken wel, ze zijn een week van slag geweest. In de vriendengroep was het helemaal geen discussie, in mijn familie ook al snel niet meer. Het zijn ruimdenkende mensen.

Ik blijf een hekel houden aan het scheldwoord homo, al ben ik zelf nooit uitgescholden of onheus bejegend. Ik ken veel mensen die er wel last van hebben gehad. Kijk wat er in voetbalstadions of op social media wordt geroepen. Laten we wel wezen: niet iedereen vindt het gemakkelijk om anderen te accepteren.

Neem vluchtelingen die hier mogen blijven. Ze zijn enorm trots op hun nieuwe thuisland, maar dat mensen van hetzelfde geslacht met elkaar kunnen trouwen begrijpen ze niet. Dat is ongekend in de cultuur waarin ze zijn opgegroeid.

Ik noem als voorbeeld de expositie Pride Photo, die in veel steden heeft gestaan. Zoenende mannen, naaktfoto’s. Op allerlei plekken zijn ze beklad. Toen werd gesuggereerd om die tentoonstelling naar Doetinchem te halen heb ik gezegd: dat lijkt me geen goed idee. Het zou leiden tot polarisatie.

Natuurlijk moet je in discussie, alleen dan kom je ergens. Waar het mij om gaat is het resultaat: een samenleving waarin plek is voor iedereen. Er is nog zoveel te winnen. Op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, in onze eigen gemeentelijke organisatie. Ik ben er niet in alle opzichten gerust op.

Stapje voor stapje, dat is de aanpak die ik kies. Het heeft geen zin om hard te rennen, als je weet dat veel mensen het tempo niet kunnen volgen. Ik vind dat je voorzichtig moet zijn met het opdringen van je mening aan andersdenkenden. En al is het een zaak van lange adem, zolang het uitgangspunt maar helder is: in Doetinchem mag je zijn wie je bent.