Er wordt volop gebouwd in Doetinchem. Op woningbouwlocaties en bedrijventerreinen. Als gevolg daarvan gaat het met ons gemeentelijk grondbedrijf ook een stuk beter. We maken weer winst. En dat is nodig ook, want we komen uit een heel slechte periode.

We hadden behoorlijk wat grond in bezit, maar door de economische crisis gebeurde daar niks mee. De grasmaaier ging er overheen, zeg ik altijd. Om die reden hebben we in de loop der jaren tientallen miljoenen euro’s moeten afboeken. Dat hebben we deels uit onze reserves betaald, maar voor een belangrijk deel ook met de miljoenen aan Nuon-gelden die we als voormalig aandeelhouder hebben ontvangen.

We liepen grote risico’s, hadden amper meer vet op de botten. En hoewel Doetinchem nooit is gekrompen, hebben we ons netjes gehouden aan regionale afspraken om voorzichtig te zijn met woningbouw. Dat hoeft niet meer, er is zoveel vraag. En met de reserves gaat het ook weer de goede kant op. In 2021 hebben we zes miljoen euro kunnen toevoegen.

Met name het afgelopen anderhalf jaar zijn er plannen ontwikkeld voor de bouw van 1.500 huizen. Die staan er al, of worden uiterlijk in 2023 neergezet. Om ons streven naar 70.000 inwoners in 2036 te halen moeten er dat 5000 worden. Let wel, het gaat ons niet om het aantal. Wij denken dat de groei nodig is om voorzieningen zoals scholen, de schouwburg en winkels in stand te kunnen houden.

Al die mensen moeten fijn en veilig wonen. En natuurlijk werk hebben, liefst in de buurt. Daarom is het ook zo fijn dat het met onze industrieterreinen een stuk beter gaat. Neem Bedrijvenpark A18 in Wehl, dat we samen met buurgemeenten Montferland, Oude IJsselstreek en Bronckhorst hebben ontwikkeld. We zaten nog niet zo lang geleden op een tekort van 13 miljoen euro. Dat hebben we omgebogen in winst. Omdat er zoveel vraag is naar kavels, ook op andere plekken in onze gemeente.

Er lopen allerlei woningbouwprojecten, in Doetinchem en Wehl (Heideslag, Wehlse Broeklanden). Wijnbergen De Kwekerij, Saronix, het Lookwartier. Of Keppeloord, ten noorden van het Zaagmolenpad, bij de Keppelseweg. Daar komen 245 huizen, heel gevarieerd. In veel gevallen zijn het projectontwikkelaars die aan de slag gaan. Dat is niet erg, je hoeft als gemeente niet alles zelf te doen. Bovendien maak je goede afspraken met elkaar, waardoor iedereen er baat bij heeft.

Niet alles hoeft winstgevend te zijn. De ontwikkeling van Iseldoks heeft ons geld gekost. Daar hebben we met toestemming van onze gemeenteraad bewust voor gekozen. Omdat de bouw zoveel maatschappelijke winst oplevert en zo belangrijk is voor onze stad.

De cijfers van 2021 heb ik nog niet, die komen over een paar maanden. Maar ik twijfel er niet aan dat de positieve trend van de afgelopen jaren wordt voortgezet. We zijn stevig aan het versnellen. En dat is goed voor onze gemeente.