Ruimtelijke ordening is geen exacte wetenschap. De vraag hoe we onze gemeente inrichten is niet alleen iets voor experts. Veel meer dan vroeger betrekken we ook bewoners bij het proces.

Doetinchem wil groeien naar 70.000 inwoners in 2036. Dat is nodig om genoeg arbeidskrachten te houden voor onze bedrijven, want we vergrijzen. Bovendien: als je de verenigingen in stand wilt houden heb je aanwas van jonge mensen nodig.

Omdat we geen heel grote gemeente zijn proberen we dingen slim te combineren. Een voorbeeld daarvan is de nieuwe ecologische wijk De Kwekerij. Je kunt daar gewoon 200 rijtjeshuizen neerzetten en klaar. Daar hebben we niet voor gekozen.

Een fijne, gezonde leefomgeving is ook belangrijk. Mensen willen ook wandelen en recreëren. Vandaar dat we natuurgebied De Kapperskolk in stand houden. Prettig wonen, biodiversiteit, duurzaamheid, klimaat, de toekomst van onze boeren: het zijn allemaal factoren die meewegen in de keuzes.

Een andere combinatie zie je op winkelcentrum De Bongerd op De Huet. De Albert Heijn wil uitbreiden en de sporthal moet vernieuwd. Vandaar dat we de sporthal boven op de nieuwe supermarkt bouwen. Toen heb ik gezegd: kunnen we niet meteen iets doen aan vergroening van het rode plein, zoals ik het altijd noem? Als je het hebt over hittestress, dan is De Bongerd een goed voorbeeld.

Gelukkig kwam de provincie met een subsidieregeling voor projecten om openbare ruimtes te vergroenen. We zijn altijd op zoek naar geld en het lukt niet altijd, maar voor dit plan konden we de verbinding wel maken.

Zo zijn we ook al een paar jaar bezig om samen met de dorpsraad en de ondernemersvereniging het dorpshart van Wehl te vernieuwen. Ze kwamen bij me en zeiden: jullie zijn lekker bezig met het centrum van Doetinchem, maar ook in Wehl hebben we leegstand. Dan ga je met elkaar aan de slag.

Ik maak een vergelijking met het 3D-streetartproject in onze binnenstad. Deskundigen, in dit geval kunstenaars, hebben prachtige werken op de stoep getekend. Maar ze gaan pas leven als je door je mobiele telefoon kijkt en je moeder achter de driedimensionale piano aan de Catharinastraat zet.

Zo zie ik ruimtelijke ordening ook. Natuurlijk hebben we deskundigen die plannen maken. Maar ook die plannen komen pas tot leven als je er mensen bij betrekt. Voelen ze zich goed bij wat wij bedenken, wat zijn de effecten op vijftien meter afstand en verder weg?

We proberen altijd de verbinding met onze inwoners te zoeken. Want ben je ergens tegen, dan ben je ook ergens voor. Van daaruit kun je met elkaar de dialoog aan. En zo plannen samen beter maken of in ieder geval komen tot meer begrip en draagvlak voor het uiteindelijke plan. De realiteit is dat partijen elkaar niet altijd 100% kunnen vinden. Omdat het teveel gaat om tegengestelde belangen. Of omdat er teveel wantrouwen is tussen partijen. Dat vind ik spijtig, maar het gebeurt af en toe. Ik haal mijn energie en voldoening uit de minimaal negen van de tien keer dat we er wel samen uit komen.

Ingrid Lambregts, wethouder ruimtelijke ordening en volkshuisvesting