Lang Leve Kunst & Naoberschap, het ouderenprogramma van Amphion, organiseert ook dit jaar weer Jonge Rotten projecten voor jongeren en ouderen. We zijn er namelijk van overtuigd dat jongeren en ouderen van elkaar kunnen leren en veel voor elkaar kunnen betekenen wanneer ze echt de tijd nemen om zich in elkaar te verdiepen.

Voor het project Jonge Rotten Oude Spruiten deed het Ulenhofcollege met drie klassen van 4 vwo mee aan een schrijfwedstrijd. De leerlingen schreven verhalen naar aanleiding van ontmoetingen met ouderen uit hun omgeving. Ter voorbereiding vonden online workshops plaats over het thema ‘De goede vraag’. Theaterdocent Boaz Boele oefende met leerlingen en ouderen uit de Jonge Rottenpool van Amphion hoe je van een gesprek een boeiende, integere en interessante ontmoeting maakt. Te horen aan de reacties lukte dat al heel goed, want een oudere merkte op: “De vragen zetten me aan het denken.” En een leerling zei: “Generatiekloof? Ik merk er niets van.”

Hieronder leest u het verhaal van de 1e prijs winnaar Romy Velthorst.

Souvenir d’un Lieu Cher

Herinnering aan een dierbare plek

Geïnspireerd op een verhaal van Roelie (mijn oma), toen ze voor het eerst naar Zeeland reisde zonder haar overleden man. De titel dankt zijn naam aan het viool- en pianostuk van Pyotr Ilyich Tchaikovsky.

Ze stapte het voor haar bekende vakantiehuisje binnen. Buiten was nog net de warme augustuszon te zien. Ze had een lange, vrij eenzame reis achter de rug. Niet dat Zeeland zo ver van huis was, maar meer dat de reis, die ze misschien al wel te vaak had gemaakt, toch onbekend voelde.

Ze liep rechtdoor richting de grootste slaapkamer van het vakantiehuisje. Het huisje was leuk aangekleed, goed schoon en rook lekker. Toch voelde het anders. Ze besloot er niet te veel aandacht aan te besteden en ging maar slapen. Ze was immers toch te moe om te gaan piekeren.

Toen ze wakker werd van een diepe en droomloze slaap, was ze nog steeds moe. De reis was uitputtend geweest, zeker op haar leeftijd. Ze keek even opzij. Het bed naast haar was leeg. Ze had niet anders verwacht, maar misschien hoopte iets in haar dat hij er toch was. Ook al kon dat natuurlijk niet, dat wist ze zelf ook wel.

De rest van de zaterdag voelde raar aan, maar ze hield zichzelf bezig. Even op bezoek gaan bij een kennis, lunchen en boodschappen doen. Veel meer deed ze niet. Ze was immers nog steeds moe van de reis gisteren. Rond 21.00 ging ze weer naar bed. Het was hetzelfde bed als al die voorgaande jaren, maar toch voelde het vreemd. Ze viel echter in slaap.

De zon kwam door de dunne gordijntjes heen en maakte haar wakker. De blijheid die ze normaal van de zon kreeg was nu nergens te bekennen. Het voelde vreemd. Hetzelfde lege bed voelde vreemd. De bekende kamer voelde vreemd. Alles voelde vreemd. Zelfs die blije zon.

Ze schudde met haar hoofd en probeerde op te staan, maar alles voelde verlamd. Normaal had ze 's ochtends wel honger, maar nu niet. Later op de dag besloot ze maar een rondje te gaan lopen. Dat hielp haar meestal wel. Na zo’n 20 minuten wandelen, rommelde ze weer met het slot van het huisje. Het slot opende, maar de eerste stap naar binnen voelde allesbehalve goed.

Ze vroeg zichzelf af waarom ze zich zo voelde. ‘’Ik denk dat je dat wel weet.’’ zei een stemmetje in haar hoofd. Ze schrok van de snerende opmerking. Maar ergens wist ze dat het stemmetje gelijk had. Ze wilde hier weg. En dan wel zo snel mogelijk.

Onzekerheid en heimwee sloegen toe. Ze wilde naar huis, maar ze wist dat dat niet kon. Het thuisfront zou zeggen dat ze dat niet kon doen. Ze kwamen haar immers woensdag opzoeken. Ze zou het kunnen, nog zo’n drie dagen alleen. Echt alleen.

Ze besloot te gaan slapen, ook al wist ze dat dat moeilijk zou gaan met zo’n hoge bloeddruk. Ze zou morgen wel naar de huisarts gaan.

Na een onrustige en vrijwel slapeloze nacht werd ze vervreemd wakker. De nacht was warm en broeierig geweest. Haar hart had de hele nacht te hard geklopt, maar ze wilde wachten met naar de huisarts gaan zodra de ochtend kwam.

En dus stond ze op. Naar de huisarts moest ze.

Na een uurtje stond ze weer buiten in de warme zon. Ze had de huisarts alles verteld. Over hoe ze nu na bijna zestig jaar alleen woonde, hoe ze altijd samen met haar man naar Zeeland ging en hoe ze nu het liefst weer naar huis wilde.

De huisarts had haar op haar gemak gesteld en gezegd dat ze het maar rustig aan moest doen. Als ze slim was, zou ze thuis nog even naar de huisarts gaan voor die hoge bloeddruk. Ze nam zichzelf voor om dat maar te doen.

De dinsdag kroop langzaam voorbij. Constant hield ze zichzelf voor dat ze morgen niet meer alleen zou zijn. Dat hielp een beetje. Niet zo veel, gewoon een beetje. Het gesprek met de huisarts had de heimwee niet weggenomen, maar daar kon ze nu toch niks aan doen.

Woensdag ging haar wekker al vroeg. Normaal haatte ze het geluid van haar wekker, maar nu niet. Nu maakte het haar opgelucht. Dezelfde felle augustuszon scheen weer door dezelfde dunne gordijntjes. Ze werd er haast blij van. De grote houten klok sloeg twaalf uur toen ze net weer in het kleine vakantiehuisje terug was van een rondje lopen over de camping.

Snel ging ze weer de deur uit om bij de grote poort van de camping te wachten op het gezelschap uit haar buurt.

En toen ze de twee auto’s zag aankomen, kreeg ze spontaan kippenvel. Tranen van blijdschap stroomden over haar wangen, die verrimpeld waren door de lach op haar gezicht. Ze was niet langer alleen.